Vandaag precies een jaar geleden kwamen we aan in Hongarije. Een jaar! Alsof het gisteren was en alsof we hier al jaren wonen. Gek dat dat zo dubbel kan voelen. Het huis uit Almere lijkt iets uit een grijs verleden. En als we aan thuis denken, denken we aan hier.
Vieren doen we met een glaasje. Of een kopje. Vanmorgen dus met een kopje. Want koffie is onze start van de dag. Die zetten we ouderwets met de hand. Het gezellige geluid van de fluitketel, rustig opgieten en daarna ons ochtendgesprek. Met dit keer de felicitaties aan elkaar. Dat we het toch maar gedaan hebben. Dat het zo kort en zo lang lijkt. Dat we nog steeds blij en dankbaar zijn voor alles wat we hebben. En niet alleen hebben. Maar alles wat we hier meemaken. Het meeleven met de natuur.
In het begin keken we best vaak nog naar een ‘echt’ huis. Dan zagen we ons plekje als vakantiehuisje. Maar iedere keer was het toch ‘nincs’. Niet. Ons eigen plekje was en bleef het allerfijnste plekje. Dus we besloten het zo te gaan maken dat we er echt lang kunnen wonen. Want met een bed én een keuken in de piepkleine woonkamer met een grote kachel wordt het in de winter snel te klein.
Er zijn plannen voor het aanbouwen van een slaapkamer, maar dat is een bureaucreatieproces. Ze zouden in januari misschien al kunnen beginnen met bouwen. Totdat er van-alles-en-nogwat boven, achter en over kwam drijven. Er moest toch een stukje land samengevoegd. En er moest toch iets weggehaald worden. En er moesten toch nog een paar engineers een plasje over het plan doen. En hun handtekening en stempel ergens onder zetten. Het loopt dus nog.
Gelukkig hebben we in de tussentijd het buurhuisje kunnen kopen. De afgelopen weken verbleef vriendinnetje Mienke hier en zij heeft met haar oog voor kleur de hal en de toegang naar de badkamer behangen en geschilderd. De inrichting kwam anders te staan en buiten op het plaatsje ziet het er ook aantrekkelijker uit. Fijn, al die stapjes maken dat het een heerlijke plek wordt.
Van rommelhal naar propere entree

Vorig jaar toen we kwamen regende het pijpenstelen. Alsof het land ons wilde laten weten dat Nederlanders ook welkom zijn 😉 Nu is het omgekeerd. Al weken is het droog – op drie druppels na die ons af en toe weten te vinden. Binnen zoek ik de verkoeling, daar is het maar 31,5 graden vandaag.

En als ik nog verder wil afkoelen dan duik ik het zwembad in. Die is nu bijna 28 graden. Vorig jaar schreef ik al – toen het weer warmer werd – dat ik begrip begon te krijgen voor al die mensen met een zwembad in hun tuin. Ik vond het altijd zwaar overdreven. Maar dat vind ik niet meer. Het is bijna het meest onmisbare onderdeel van de tuin geworden.
Inmiddels zijn we zelfs aan zwembad nummer 2 toe. Ik had voor de zekerheid al een extra zwembad besteld omdat de eerste lek was. In eerste instantie liep hij niet of nauwelijks leeg, maar ik zag de bui al hangen. En met die warmte wil je niet te lang zonder zwembad zitten.

Het was een goede vooruitziende blik. Toen het lek toch erg zijn best ging doen besloten we om te gaan wisselen. En meteen de nieuwe versie een goede vloer te geven. In de hitte heeft Martin samen met een vriend het stuk waar de oude stond zo goed en zo kwaad als het ging geëgaliseerd en er een stevigere vloer onder gemaakt. Hij staat nu als een huis. Heerlijk. Ik ben best jaloers op die mannen die hun warmte beter lijken te reguleren dan ik dat kan. Ik sta te puffen en te zuchten met die warmte. En kruip het liefst naar binnen onder de ventilator – zoals nu, nu ik zit te schrijven – of in het zwembad. Zoals ik zei: het ding is onmisbaar geworden.
Ideetje: misschien laten we hem van de winter staan en kunnen we trainen in het nemen van ijsbaden. Het idee alleen al is lekker. Nu, in de hitte. Straks maar zien.






