SPORTSCHOOL ANARA'LUN
Martin zijn zonen hadden het zo fijn gehad de eerste keer dat ze gewoon nog eens terugkwamen. Hoe leuk! Samen met een vriend hebben ze hier de omgeving verkend, gedobberd in het zwembad en op de ligstoelen liggen zonnen. Daar ben ik wel een beetje jaloers op. Ik kan het niet. Na een minuut rol ik alweer zo’n stoel af en ben ik er klaar mee. Dat zwembad lukt echter wel. Het zijn drie sportschooldudes, dus een week lang keken we tegen drie hunks aan.
In de tussentijd hadden we een grote voorraad hout besteld. Dat was losgestort op het landje van ons buurhuisje en moest nog verplaatst en gestapeld worden achter (of voor, afhankelijk van waar je vandaan kijkt) in de tuin bij de appelbomen. Het was nog heet, dus wachten tot de ergste hitte voorbij was. De mannen hebben met z’n vieren twee avonden gesjouwd, net zo lang tot het donker was. Het levert mooie plaatjes op.


NAAR NEDERLAND
Een dag nadat zij weg gingen vertrokken wij voor een weekje naar Nederland. In sneltreinvaart alles in orde gemaakt, want er kwamen logees toen wij weg waren. En je wil het natuurlijk wel leefbaar achterlaten. We gingen naar Nederland voor de verjaardag van mijn moeder. Toen ze 75 jaar werd had ze bedacht dat we met de familie een lang weekend, of zelfs een weekje, naar Terschelling zouden gaan. Leuk idee, en toen kwamen de lockdowns en kwam er niets van. Nu werd ze 81 en is het plan van stal gehaald.
Dit keer toch met de auto, want, de nodige spullen mee terug. Voor de buitenkeuken – of de tuintempel – willen we de achterzijde op het oosten ook dicht maken. Maar omdat we het uitzicht anders moeten missen willen we er ramen in. De oude kas die we aan het afbreken zijn, levert de ramen. Maar het frame niet. Martin roept steeds: ABC hout! In Nederland kun je dat overál vinden, en hier nérgens. Dus, met de auto want ABC hout mee terug. En dan nog zo het een en ander.
De heenreis hebben we in een keer gereden. Naar vrienden uit de sjamanenopleiding die inmiddels in Drenthe wonen. Daar konden we ‘crashen’ en even goed slapen. Het was de laatste hete dag in Nederland. De dag daarna fris en fruitig naar het parkeerterrein bij Harlingen, de snelle boot naar de overkant en met de bus naar ons verblijf.
We hebben een heel gezellige 75e verjaardag gevierd, de hele familie op enig moment compleet. Net op tijd de groepsfoto. Deels in pyjama. Veel gelachen, het eiland verkend en buiten gegeten, ondanks dat het daar een heel stuk koeler was dan bij ons.



De gelegenheid hebben we aangegrepen voor een bliksembezoek in het Wageningse, in Almere uiteraard, rondje kringlopen, het ABC hout halen natuurlijk, live schrijven bij de schrijfclub en weer terug.
NOG MEER LOGEES
Op ons huis werd gepast door mensen die zin hadden in een vakantie op ons plekje. Superfijn, want de kat werd goed verzorgd. Ik heb wel eens verteld dat hij weggelopen was en dat een dierentolk met hem gepraat had. Zij bleef hier, samen met haar man en kinderen die ook met Garfield gepraat hadden in die tijd. Hij voelde zich meteen ok.
We waren een dag eerder terug om ook hen te kunnen ontmoeten. Veel verhalen bij het diner, even schelden op die rotmuggen – die waren ineens erg actief geworden – en ik kreeg tips voor het snoeien en voor het fruit.
Nadat zij vertrokken waren had ik een dag om alles te wassen en klaar te maken, want een dag later stond de volgende gast alweer voor onze deur!
Een vriendin uit onze sjamanenopleiding kwam een weekje logeren. Ook weer gezellig. We hebben gewinkeld, lekker gegeten, rondgelopen in het Zsolnay kwartier en we hebben rustig aangedaan. Toch, toen zij vertrokken was, keken we elkaar aan. Met z’n tweeën. Hoe ging dat ook alweer? Wij dachten even rust.
RUST?
Totdat de volgende dag vriend Paul belde en zei: “zal ik even helpen met het dak eraf halen?” Martin had namelijk het plan opgevat om het dak van de vleugel van het buurhuisje (hal en schuur) te vervangen. We zeggen geen nee tegen hulp, dus in de actiestand. Martin wilde de oude dakpannen gaan hergebruiken, maar die vielen soms uit elkaar van ellende. Paul en ik wisten hem over te halen om een metalen dak te nemen, zoals we ook op de buitenkeuken hebben liggen.
Was het echt nodig? Kijk zelf maar.

Gisteren ging ik met Martin naar de dakplatenleverancier. Van vorige keer wisten dat de besteltijd ca 2 weken is. Samen met de leverancier de maten en aantallen uitrekenen, zegt hij: “ik denk dat ik ze op voorraad heb.” Inderdaad. “Morgen brengen?” Ok, ook daar zeggen we geen nee tegen.
De tijd zou ongeveer om 10 uur zijn. Mooi. Koffietijd. Toen een telefoontje. 9 uur ook ok? Ja hoor, geen probleem. 8 uur: ik kan het niet vinden. Martin haalde de bezorger op uit het dorp. Daar worden ze door de navigatie heen gestuurd als ze alleen een adres intypen. Om 8.08 lagen de dakplaten op het terras en namen wij nog maar een kopje koffie.
Straks leggen we een dekzeil over het dak. Het gaat misschien regenen. Vaak lopen we het mis. Dan gaat de regen of het onweer boven ons langs. Vaak boven het Balatonmeer. Maar we willen wel graag regen. De tuin snakt ernaar. Ik ook trouwens.
Van de week had ik even een moment dat ik Nederland miste. Deze keer niet zozeer de mensen, maar de temperatuur en de regen. Die warmte word ik zat. Ik weet het, straks als het koud wordt, als we hier door de tuin glibberen en de modder mee naar binnen lopen, dan wil ik graag weer warmte. Maar even, heel even niet. Dat zou fijn zijn. Opgelucht kijk ik naar de belofte van de weerapp. Vandaag wordt het nog 33 graden wordt, maar morgen nog maar 20. Dikke trui aan!








