Bezoek
Het was weer gezellig. Fijn dat vriendinnetje er was. Al werd het kouder toen ze er was. Ze kwam aan met 25 graden, volop in de zon. Daarna werd het overdag zo’n 18 graden. Brrrrr. Ineens weer binnen eten. Maar nog wel koken in de buitenkeuken. Waar ik in het voorjaar, toen de buitenkeuken zover was, alles vanuit mijn huis die kant op sleepte, sleep ik nu één voor één alles weer naar binnen. Nee, niet alles. Wel koken buiten. Het is weer even behelpen.
We zijn samen naar Zsolnay geweest. Dat is in de grote stad Pécs, ongeveer een half uurtje bij ons vandaan. Het is een porselein- en tegelmuseum. Een prachtige locatie waar ook muzieklessen worden gegeven, waar een hostel is en een straatje met bakkerijtje, een cadeauwinkeltje en nog wat leuks. We hebben lekker gedwaald en gekeken naar kunst. Wat is het daar mooi.
Uitgenodigd
Op de laatste dag dat ze hier was werden we uitgenodigd door onze burgemeester voor een bijeenkomst in ons dorp. Hij had bedacht dat het dorp wel eens samen mocht komen. Om te praten, te eten (hij kan lekker koken), spelletjes te doen en gewoon samen te zijn. Vriendin was ook welkom.
Het dorpje bestaat uit ca 140 inwoners. Er was een man of twintig toen wij er aankwamen. Toch 15% opkomst. Gezellig aan grote tafels buiten. De kinderen speelden een spel, de kleintjes speelden onder de bomen en een paar oude mannen speelden een spel. Ik denk een drankspel, want pálinka en bier kwam uit een oude papieren tas tevoorschijn. Van een van de heren kregen vriendin en ik een handkus. Charmeur. Martin kreeg een glas bier.
De burgemeester sleepte me enthousiast rond en ik moest iedereen een handje schudden. Allemaal namen die ik niet kan onthouden natuurlijk. Alleen Momma wist ik, dat is onze buurvrouw. Hij vertelde iets in het Hongaars en wees naar mij. Ik hoop dat het goed nieuws was. Iedereen glimlachte in ieder geval.
Martin en ik moesten gaan zitten. De burgemeester (hier op de foto) liet Martin kennismaken met het Hongaarse spel dat de mannen ook speelden. Het bord bestond uit een stuk papier met het spel erop geprint. De stukken bestonden uit zwarte stoelbeschermingsdoppen, met achterop witte plakbeschermingsdoppen geplakt. Ieder kreeg 9 stukken. De een speelt met wit en de ander met zwart. Hier heet het Malom. Kennelijk is het bekend als het molenspel of negen-stappen-dammen.
Het grappig is dat je voelt dat het hele dorp kijkt. Want ja, die gekke buitenlanders. Maar ze lachen ook. Dat is vast goed.


Ssst. Serieus.







