Net als in Nederland sneeuwde het hier onverwacht nog even in februari, maar daarna brak toch echt de lente door. Wat gebeurde er in februari tot nu? Best veel.
NOG WINTER
Na onze terugkomst uit Nederland wenden we weer snel aan ons plekje. Eigen spulletjes om ons heen. Ook al is het koud, nat, mistig en blubberig, het is voor ons echt thuis. In Nederland was het verwarmen een kwestie van een druk op de knop, hier begint de dag met de kachel aansteken, nog meer houtjes hakken en grote blokken halen. Het is best koud. Kijk, ik kan het! En naast dat we goed voor onszelf zorgen, zorgen we ook voor de mussen. Beestjes blij met het eten, ik blij door ze te zien scharrelen en kwetteren.



EVEN NAAR NEDERLAND
Het verhaal van vorige keer schreef ik toen ik in Boedapest op het vliegveld zat. De vader van mijn 'oudste' vriendinnetje overleed. Ze is niet mijn oudste vriendinnetje, maar ik ken haar mijn hele leven. Haar vader en moeder dus ook. Ik dacht nog "als ik in Nederland was, dan was ik er naartoe gegaan". Martin zei: "dan ga je toch!" In no time had ik tickets geboekt en kon ik bij mijn moeder blijven slapen. Omdat ik er was konden we zelfs samen naar de herdenking. Het was namelijk in het dorp waar ik mijn kleine kinderjaren heb doorgebracht. Dus tegelijkertijd was dit een trip down memory lane, heel gezellig.
Vroeger woonden haar ouders naast de kerk waar nu de dienst gehouden werd. Haar vader heeft samen met een 'klokkencommissie' jaren gewerkt aan het weer plaatsen van de tweede klok. Deze werd in de 2e Wereld Oorlog gestolen en kwam niet meer terug. Het verhaal gaat dat bij een uitvaart bij mannen eerst de grote zware klok luidt waarna de tweede, hoger klinkende kleine klok invalt. Bij vrouwen is dat andersom en bij kinderen luidt alleen de kleine klok. Een paar jaar geleden hadden ze het voor elkaar dat er budget genoeg was om speciaal deze kleinere klok te laten gieten. Met dit verhaal op de achtergrond was het extra bijzonder om de klokken te horen luiden.
Door de paar dagen in Nederland kon ik ook nog even vrienden bezoeken op de markt in Almere. Hier zwaaien ze naar Martin, die thuis voor het huis en de kat zorgde. En natuurlijk ook nog even langs mijn dochter. Zij had een harp gekocht en haar eerste les gehad. Het klonk nu al mooi.


GUMISZERVIZ
Voordat we in december in Nederland kwamen hadden we de Citroen See-un bij de garage gezet. Hij moest worden gekeurd en het rechter achterbandje liep leeg. Bij onze terugkomst stond hij zelfs nog daar, veilig. De keuring gedaan, het bandje was mooi hard. De garagehouder had er niets aan kunnen ontdekken.
Toch liep ie langzaam leeg. Toen Martin me kwam halen van het vliegveld had hij het bandje helemaal opgepompt. Onderweg niets aan de hand. Thuis kon ik er weer in rijden. Bij de winkel kwam een vriendelijke agent naar me toelopen. Hij wees op de achterband. Verdorie, weer plat. Omdat we vermoedden dat de auto bij de garage zou moeten blijven kwam Martin me vanuit huis daar ophalen. Ik reed direct door vanuit de winkel.
Bij de garage liet ik de vertaalapp zien waarin ik had getypt dat het bandje lek was. In een mengelmoes van Duits, Engels en Hongaars liet de garagehouder me weten dat hij “nients” doet met bandjes. Ik moest terug naar Szigetvár naar de speciale koemmieservies. Dus, wij beiden in onze eigen auto, naar de gummiservice. Een gebouw op een groot terrein, alle deuren dicht. Toch mensen binnen. Na een rondje gelopen te hebben en uiteindelijk aangeklopt op de ramen werden we binnengelaten.

Nadat duidelijk was waar we voor kwamen mochten we even wachten. Ongeveer een half uurtje. In die tijd zagen we hoe een trekkerband werd gerepareerd, naar buiten werd gerold en opgeschept werd door de enorme voorlader van een trekker. Jemig wat zijn die dingen groot. De trekkers en de banden. En ik schrok van de knal die kwam toen een autoband van een grote Jeep om de velg terugschoot. Dat is normaal vertelde Martin. Weet ik veel.
Toen was ons autootje aan de beurt. Het bandje werd eraf gehaald en vol opgepompt. Ook in een bak water was het lek niet te vinden. Daarom werd het ventiel vervangen. Ik maakte me op voor de knal, die, net zoals bij de jeep zou komen, als het bandje weer om de velg zou schieten. “Plop” zei het bandje. Na het betalen van het enorme bedrag van 3000 forint – 7,5 euro – konden we weer op pad. Het bandje is nog steeds hard.
EIND FEBRUARI, de lente is er nog nét niet
Gisteren was het zo’n dag. Storm, regen/sneeuw. Echt een dag om binnen te blijven. Gelukkig had ik de dag ervoor al aanmaakhoutjes gehakt en klaar gelegd. Dat is mijn taakje. Kleine houtjes maken zodat het vuur gemakkelijk brandt.
Onze rolverdeling is verder simpel. Ik zet de koffie, Martin maakt het vuur aan. Soms ben ik eerder en maak ik het vuur aan, dan zet Martin het water op voor de koffie. Maar tien minuten later bevinden we ons gewoon weer op de plek die het meest logisch voelt. Martin bij het vuur en ik bij de koffie.
Maar gisteren was het zo’n dag. Storm. De druk op de schoorsteen was zo heftig dat de rook naar binnen kwam, in plaats van dat het naar buiten getrokken werd. Het minivuurtje wilde niet doven, zoveel zuurstof kwam er door de schoorsteen naar binnen. Even later klonk er vanaf de zolder een luid “PIEWIEWIEWIEWIEW”. Het rookalarm werkt! En die vond er duidelijk iets van.
Gelukkig zijn we niet voor één gat te vangen. Martin maakte de kachel leeg, op een oud bakblik van de oude oven uit ons buurhuisje (dat nu van ons is). De Zibro, die werkt op petroleum, staken we aan. Dat kleine gekke ding maakt gewoon het hele huis warm. Tenminste, daar waar we zitten.
Vandaag heb ik voor de zekerheid de kachel gecheckt met een papiertje. Gaat de rook omhoog door de schoorsteen? Gelukkig wel. Nu ik dit zit te typen, met een kopje koffie naast me, brandt de kachel vrolijk. Ik luister naar het zoeven van het vuur en het knetteren van het hout. Buiten voor het raam zit een roodborstje boven het vogelhuisje een verhaal te vertellen. Verder weg in beeld zie ik nog iets roods, een kleine bonte specht maakt een rondje door de, met een dunne laag sneeuw bedekte, tuin. Ik volg hem tot ik hem niet meer kan zien. Ik voel me warm. Van de vogels, van de koffie en van de kachel. Van het gevoel van thuis zijn.
CARNAVAL
Wij zijn geen carnavalvierders. Maar hier is alles anders. We werden uitgenodigd door de burgemeester. In het kleine dorpshuisje verzamelden de verklede kinderen uit het dorp zich, samen met ouders en opa's en oma's. De verkledingen werden gekeurd en er kwamen winnaars uit (iedereen was een winnaar toch). Vervolgens werd er een eetwedstrijd gehouden. Er waren taartjes gebakken en wie het snelst zo'n taartje weg kon kauwen had gewonnen. En kreeg vervolgens nog meer eten. Eerst waren de kinderen aan de beurt en daarna werden de volwassenen uitgenodigd. De burgemeester nodigde Martin ook uit. Glanzende ogen toen hij inderdaad meedeed.

VOORJAAR = BOUWJAAR
Eind februari is het zover. De zon breekt door en wij komen in actie.
8 pakken van 9 stuks. “72” zeg ik hardop. “Plus 3 losse” antwoordt Martin. 75 in totaal dus. De latten hebben 4 zijkanten. 75 x 4 kanten = 300 kanten. “Hoe lang zijn ze?” vraag ik. “4 meter” hoor ik terug. 300 keer 4 meter = 1,2 kilometer. Terwijl mijn roller over de panlatten rolt en ik het ene na het andere bakje vul met verf, leg ik dus in totaal 1,2 kilometer af. Meer, want de roller gaat heen en weer. En ik ook. In ieder geval zit mijn taak – schilder de panlatten – erop. Mijn reminder aan self van toen we het huisje gingen schilderen 'eerst handschoenen aan, dan pas schilderen' is nu aangevuld met 'bakje met verf rechthouden als je van de verfpotten naar je latten loopt.' Ik ben handiger met een hügel denk ik. Daarvan heb ik ook de eerste gevuld met van alles en nogwat. Het is voorlopig allemaal nog een groot experiment.
Nieuwe vriend Paul kwam om te helpen met wat hier gedaan kan worden. Op mijn verzoek hebben de mannen van allerlei afvalhout op op terrein de contouren van een insectenhotel neergezet. Met recht een hotel, het lijkt wel een wolkenkrabber. De komende tijd ga ik het vullen met alles wat ik tegenkom. Stenen, houten blokken, dakpannen en wie weet wat nog meer.



Tijdens het schilderen zie ik een bij zitten op één van de nog kale houten latten. Ik maak een foto en upload het naar ChatGPT. Wat is dit voor bij? Ik lees dat het een honingbij is en dat we geluk hebben, binnen een straal van 1-3 kilometer zal er een bijenvolk zijn. Deze werkbij komt even uitrusten. Dat mag van mij. Ik werk eerst de andere latten af en wanneer haar panlat aan de beurt is, is ze inmiddels weggevlogen.
BLOESEM
Al een tijdje zaten ze erin. Mooie rode knoppen. Iedere dag even kijken. En gisteren zag ik het. In de boom ongeveer midden op het onderlandje zag ik de eerste bloesem. “Martin, kom! Je móet even komen kijken en luisteren!” Even later staan we samen stil onder de boom. Het is me een gezoem. Tientallen bijen zwermen om de opengesprongen knoppen. Ze kruipen ijverig in alle uitbundig bloesempjes die lijken te stralen in de zon. Het ontroert me. Hoe mooi is de natuur toch?
De mooie witroze bloesem blijkt van de abrikozenbomen te zijn. Inmiddels heb ik een groot aantal bomen gelabeld. Aan de ene kant de Nederlandse naam, aan de andere kant de Hongaarse. Kunnen we oefenen. En de abrikozenboom bovenop ons landje lijkt nog steeds heel blij met ons. Wij zijn het in ieder geval met hem. Of haar.




PROJECT
En dan nu hét project. Voordat we naar Nederland vertrokken was het de bedoeling om naast het huis een werkplaats te bouwen in het model van een kapschuur. Nu we eind januari de sleutels kregen van het buurhuis is dat veranderd. Martin heeft al z'n spullen naar de schuur daar gesleept en de kapschuur krijgt ene nieuwe bestemming. Het wordt een buitenkeuken. Het ding is bijna groter dan ons huisje zelf. Maar in Hongarije schijn je - en dat ontdekken we nu ook - 8 van de 12 maanden buiten te leven. Dus fijn om daar een mooie plek voor te hebben.
Het wordt niet zomaar een buitenkeuken. Het wordt een superdeluxe tempel van een buitenverblijf. Tja, als de insecten al een hotel krijgen, dan kunnen wij natuurlijk niet achterblijven.
FASE 1
Dat was vorig jaar. De grond werd geëgaliseerd en het beton werd gestort voor de palen. Nu gaan we verder.
FASE 2
Op enkele droge momenten heeft Martin de staanders vast neergezet. Die hadden we nog geschilderd vlak voor we naar Nederland vertrokken. Samen met nieuwe vrienden Roel en Paul werden op 3 maart de ringbalken (bij gebrek aan een beter woord) erop gelegd. Het ding is 3 meter hoog en de balken zijn zwaar, zo niet topzwaar, te noemen. De mannen zorgden voor de kracht en ik voor de koffie. Aan het einde van de dag moest Roel al weg. Maar Paul en Martin konden echt even genieten van het mooie werk dat ze verzet hadden.



FASE 3
Martin had een week om te schilderen en het volgende deel uit te denken en te testen. Het dak. Paul kwam weer helpen. Dankzij de goede voorbereiding, en het feit dat ze best goed samen kunnen werken, zaten binnen een dag de 7 dakspanten erop. Ook geen kleine klus. En wat kunnen ze genieten van het resultaat. De volgende fase is het bevestigen van de dakspanten, die 1,2 kilometer die ik geschilderd heb.



EN VERDER
Hoewel we alles in een kalm en bedaard (bijna bejaard) tempo doen, gebeurt er veel. Er wordt geklust bij de buren, ik zaai voor en zoek uit, we maken ons vogelbadje met hummingbird waterdicht en de kat komt soms veel aandacht halen. Ik wordt keukenprinses, we maken plannen voor de landjes, Martin sorteert z'n gereedschap en ik snoei de druiven bij het wijnhuisje (waar we de sleutel nog van moeten krijgen). Tussendoor hebben we gesprekken met de architect voor de uitbouw die toch volgende maand denk ik in gang gezet moet gaan worden. Van de zoon van de oude eigenaar kregen we een foto van het gebouwtje dat er stond toen zijn vader het kocht. We krijgen steeds meer respect voor wat deze man in de loop van de afgelopen 40 jaar hier neergezet heeft. En wij maken het nóg mooier!



"Kóm!" roept Martin. Hij is buiten aan het maaien met de nieuwe maaimachine. Loopt als een zonnetje. Kijk maar!
Wij gaan weer door met voorbereiden en mooi maken, zodat we zoveel mogelijk mensen kunnen gaan ontvangen op ons nieuwe paradijsje dat in de energie de naam Anara'Lun draagt. Wat dat betekent en hoe dat werkt, dat is voor een volgend verhaal.





