Bijna 3 maanden lang geen bericht hier. Het wordt tijd. Er gebeurde zoveel, soms tegelijk, én we vertrokken voor anderhalve maand naar Nederland. Dus ik ga je bijpraten, het wordt vast een longread. Wel had ik af en toe stukjes getypt om zelf de draad van ons verhaal niet kwijt te raken. Zo zul je zien dat hier en daar wat tijdlijnen door elkaar lijken te lopen.
Na mijn verjaardag (begin november) schreef ik over de Piros autó, de rode auto.
HET IS NIET ALTIJD LEUK – boete
Martin kwam terug uit Pécs, had nog even een bestelling opgehaald. Hij was veel later terug dan ik had gedacht, dus ik had me al voorgesteld dat hij nog even lekker was gaan shoppen in zijn favoriete doe-het-zelfwinkels. Maar nee. Iets anders was er gebeurd.
Onderweg naar één van die favoriete doe-het-zelfwinkels had hij, omdat hij een vrachtwagen niet voorbij kon, een verkeerde afslag genomen. Dus gekeerd bij de supermarkt die daar aan de weg ligt. Drie minuten later, STOP POLITIE. Dat mag dus niet, keren bij een supermarkt. Het schijnt zelfs een Europese regel te zijn en er schijnt een bord te staan. Niet geweten, niet gezien. Maar de politie hier is onvermurwbaar. Misschien hebben ze ook een target en het loopt naar kerst. Die domme Holländer moest 78.000 forint aftikken, wat gelijk staat aan bijna 200 euro. Onze eerste ervaring met de politie en nog niet eens met een Hongaars kenteken! -> Overigens kwamen we er vandaag (29/1/2026) achter dat het niet ging om het keren op een parkeerplaats. Hij mocht simpelweg vanaf de weg waar hij op zat niet linksaf slaan, naar dit parkeerterrein. Doorgetrokken streep. Oeps! Die taalbarrière zal ons nog wel vaker voor verrassingen laten staan.
GEDOE
Die piros (rode) auto is niet echt succesvol. Voordat we hem kunnen invoeren moet hij teruggebracht worden in camperstaat. De camperstaat die ze in Nederland kennen is niet die ze in Hongarije accepteren. Daarnaast had Martin er nog weer een andere staat van gemaakt en moeten we dus nog wat aanpassen. Maar voordat we dat konden doen kreeg Martin autopech. Drie dagen geleden ging hij nog snel even naar Pécs om besteld gereedschap op te halen. Even later, telefoon. Martin. Door een ongeluk was er een file en werd hij omgeleid via een aantal dorpjes naar Pécs. Maar toen brak het motorblok van het rode gevaarte en veroorzaakte hij zelf ook nog eens een file. We lieten het ophalen door een trailer en bij de garage waren ze zo vriendelijk om het ding zo snel mogelijk te maken. Ik riep nog, “eruit met dat ding!”, maar dat bleek toch niet nodig.
SNEEUW
Het ene moment zaten we – eind november – in ons t-shirt in het zonnetje buiten, het andere moment ging het sneeuwen. In Nederland ook hoorden we. Prachtig! De kat kroop ook nu op z’n favoriete plekje.




En toen ging alles in een stroomversnelling. Martin ging door z’n rug. Ik een weekje later ook. Het toppunt van medeleven en niet nodig vond ik – en vind ik nog steeds -, maar het gebeurde. We konden niet meer klussen. Samen op pad ging nog wel, maar uit de auto stappen werd een wedstrijdje. Wie lukte het als eerste om beide benen op de grond te hebben?
Door deze omstandigheden ontdekten we het thermaalbad bij ons in de buurt. Wat een uitvinding! Hier gaan we straks zeker vaker naar toe.
NAAR NEDERLAND
Er bestonden al plannen om naar Nederland te gaan. Half december tot half januari zou Martin een goede vriend helpen met een verbouwing. Maar omdat we hoorden dat een vriend op het punt van overlijden stond, besloten we twee weken eerder te vertrekken. In alle haast zorgden we ervoor dat al het hout in de beschermende verf stond, dat alles waterdicht stond ingepakt en dat al het gereedschap dat in een tent stond naar de kelder verplaatst werd. Gelukkig is het daar nu droog en kan het. Ik boekte een huisje en we vertrokken. Gereedschap, kleding en de kat mee. Door de adrenaline reden we in sneltreinvaart naar Nederland. We waren niet meer op tijd om hem levend te zien, maar we konden wel afscheid nemen en bij de uitvaart te zijn. Én we waren op tijd om de 70e verjaardag van een vriendin mee te vieren.
Wonder boven wonder konden we met de píros autó, die is op de valreep er klaar voor was. De valreep was overigens een echte valreep. Op de laatste dag, waarschijnlijk zelfs het laatste uur, was hij goedgekeurd en ingevoerd. Na de reparatie van het motorblok heeft Martin in vier uurtjes tijd ’s morgens het ding weer teruggebouwd naar kamper. Op hoop van zegen, samen met Viki naar de immigratiedienst voor auto’s in een stad verderop. Geslaagd! Hier puzzelt Martin de nummerplaat erop zodat we de volgende dag als nieuw naar Nederland kunnen rijden.

HET KATTENBEEST
De kat verdween na de eerste dag in Nederland. Toen we in Hongarije aankwamen was hij ook twee dagen verdwenen. De dierentolk vertelde dat hij na 2 dagen weer terug zou komen en dat deed hij. Hij vertelde haar dat we hem echt wel konden vertrouwen. Een buitenkat vindt altijd zijn weg terug. Maar deze keer was hij net te ver weggelopen en kon de weg terug niet meer vinden. De dierentolk ging weer met hem in gesprek. Hij liep langs een drukke weg, genietend van de Nederlandse geuren. Bekend terrein. Het ruikt in Hongarije heel anders. Ze waarschuwde hem voor de auto’s. Een paar dagen later nog een keer in gesprek. Ik vroeg haar, als ze hem zou spreken, hem te vertellen dat als hij mee terug wilde, dat hij zich dan alsjeblieft zou laten vinden. Het werd stil. Ik kreeg ook geen contact meer met hem.
Na twee weken vertrokken we naar het huisje van een vriendin, zoals oorspronkelijk de afspraak was. Het kattenspul mee, je weet maar nooit. Na een ritje spullen ophalen voor Hongarije zaten we in een restaurant. Telefoon. Garfield was gevonden! Doordat hij geen staart meer heeft en een hapje uit zijn oor, is het signalement overduidelijk. In de buurt van het huisje, langs de drukke weg die de dierentolk beschreef, was hij gevonden op het erf van hele zorgzame mensen. Ik tijdens dat telefoongesprek in tranen en Martin maar denken dat de kat dood was, hij kon het gesprek niet volgen.
Ach wat was ie mager. Ik kon een deuntje spelen op zijn ribben en een zijn heupbotjes staken hoog boven zijn lijfje uit. De eerste nacht lag hij tegen me aangeplakt. Eten als een bootwerker. Nu zijn we zo’n anderhalve week verder en is hij bijna weer op gewicht. Wel slaapt hij nog veel en hij heeft niet de minste neiging om weg te lopen. Dat is ook wel rustig.

Ik had de e-Lybra meegenomen om mensen te kunnen helpen. Die dienden zich met name in de laatste twee weken in Nederland aan. “Oh, je bent er nog, kan ik…” Ja hoor. Door de sneeuw naar Almere. In de rimboe in Zeewolde. Alles kan. En wat een mooie resultaten zag ik. Dat geeft me een heel goed gevoel.
DEAL
In januari in Nederland heeft Martin op de valreep nog een prachtige deal kunnen maken voor een hele stapel professioneel gereedschap. Inmiddels zaten we in de laatste twee weken in een huisje in Biddinghuizen, het dichtst mogelijk bij Almere. Ineens stond het huis vol met grote koffers van Milwaukee mét inhoud. Het leek wel Sinterklaas. Iedere doos werd uitgepakt en ieder gereeschapsding werd uitgeprobeerd. Met iedere “hrrrrmmm” van een apparaat keek hij nog blijer.



Gelukkig hadden we inmiddels al een aanhangwagen gekocht. Dit omdat we niet alleen veel spullen mee hadden, maar we kregen ook nog twee kachels van mijn tante. En wat gereedschap. En omdat we ruimte hadden kwam er nog zo het een en ander bij. De dag voor ons vertrek heeft Martin alles in de aanhanger en de auto gepuzzeld. Het was net lego. En het paste perfect. Bovenop alle apparaten en dozen een oud dun matras en daarop de grote spiegel die ik gevonden had bij de kringloop. Fingers crossed.
WEER THUIS
We reden ’s nachts. De temperatuur rond het vriespunt. Kennelijk hebben ze bij de grenzen dan geen zin om in zo’n huisje te gaan zitten en konden we overal doorkachelen (over kachels gesproken). Even stoppen om te tanken, te plassen en een koffie te halen en dan weer door. Gelukkig mochten we bij kennissen – die we inmiddels vast wel vrienden mogen noemen – slapen. Ik had het zo uitgedokterd dat we met licht aan zouden komen. Dat was slim, want zij wonen, net als wij, in een achterafgebiedje. De weg er naartoe bevatte nog de nodige niet weggesmolten ijsschotsen en was het voorzichtig rijden gebazen. Daar waar de sneeuw weggesmolten was, was de weg veranderd in een blubberige massa. Maar, we kwamen er! De kat en wij mochten in een heerlijke, warme, grote slaapkamer en een zalig zacht bed.
We vroegen ons af of alles er nog zou zijn. Want we waren hals over kop vertrokken. Maar alles stond, lag en hing nog precies zoals wij het achtergelaten hadden. Onze nieuwe vrienden kwamen helpen uitladen. We konden nog niet met de auto, en zeker niet met de aanhanger, boven bij ons huisje komen. De sneeuw was al wel aan het smelten, maar daar kwam hele natte klei, zeg blubber, onder uit. Met z’n vieren heen en weer lopen gaat twee keer zo snel als met z’n tweeën. Echt.


De nachten waren half januari nog erg koud, dus het duurde ruim een dag voor ons huisje een beetje op temperatuur was. Pyjama en warmte dekentje aan. De kat was heel blij. Lekker op bed slapen. In Nederland moest hij na zijn terugkomst binnen blijven en wennen aan z’n bak. Daar deed hij het niet. Uit nijd pieste hij overal in huis. Gelukkig was het in Nederland een huisje dat berekend was op huisdieren, dus het was goed op te ruimen. Vanaf het moment dat we in Hongarije waren gebruikte hij keurig de bak. En hij mag natuurlijk naar buiten. Maar het was zo koud dat ie er speciaal voor naar binnen kwam. Gek beest.
UITBREIDING VAN ONS LANDJE
Gisteren hebben we de sleutels gekregen van ons buurhuis (foto rechts). Het huis staat links van ons eigen kleine huisje, daarvan zie je nog net rechts een stukje in beeld. Een flink project. Maar, mijn oude werkgever zei altijd, “het land van de buren komt maar een keer te koop.” Nu hebben we de leukste buren van de wereld.
Het was droog weer en Martin heeft direct een zeil over het dak van het schuurtje gelegd. Dat is namelijk zo lek als een mandje. Inmiddels is ons netwerk aan het groeien en kennen we nog een stel dat net in Hongarije is komen wonen. Zijn vrouw en ik zijn lekker gaan dobberen in de fürdö (spa). Haar man had daar geen zin in, maar heeft Martin geholpen om het gereedschap dat nog in de tuin stond naar de nieuwe schuur te brengen. Wij alle vier blij.


Op de foto zit Viki samen met Martin papieren in te vullen. Ze is onze allergrootste hulp hier in Hongarije. Ze regelt al dat papierwerk. Advocaat en koopcontract, water, elektra, meters opnemen. En ze hielp me gisteren met het aanvragen van het afvalcontract. Samen naar het kantoor in Szigetvár waar een mevrouw alle gegevens invoerde in de computer, bijna 10 printjes uit de printer liet rollen die vervolgens allemaal werden ondertekend en bestempeld. Het blijft voor ons nuchtere Hollanders bijzonder om te zien hoe de bureaucratie hier werkt. Tegelijkertijd kan er veel geregeld worden. Of we de bak maar aan het begin van ons kleine straatje willen zetten, dan komt het goed. De container kon ik meteen meenemen vanaf het kantoor. Paste precies in de Citroën C1.
APPELBOMEN
Afgelopen week heb ik de appelbomen gesnoeid. Ze zijn flink opgeknapt van de kappersbeurt. Dit keer zonder “ohohoh” roepende buurvrouw erbij. Ze kwam wel langs en zei zelfs: “Gute arbeid”. Ik trots natuurlijk. Nu liggen er stapels lange takken in grote bossen. Ik voel me zo’n heksje aan de rand van het dorp die takkenbosjes verzamelt. Het idee is dat we er een hek mee gaan vlechten. Leuk experiment. En anders wil de buurvrouw het wel hebben. Zij heeft dieren – een koe en een stel geiten – die dit kennelijk gewoon eten.

VOORJAAR
Het hangt al een beetje in de lucht en we kijken ernaar uit. Het voorjaar. Dan is er vast weer veel te vertellen. We hebben namelijk inmiddels vier huisjes. Alle vier met stukjes land. Alle vier anders. Dit betekent ook dat we van de zomer mensen kunnen huisvesten. Al zal het ook tegen die tijd nog een hoog kampeergehalte hebben. Alles tegelijk aanpakken lukt natuurlijk niet. Prioriteit heeft de buitenkeuken. Maar ook dat wordt een nieuw verhaal.





