Een paar jaar geleden droomde ik van onze eigen plek. Een sanctuary. Een plek waar mensen zich fijn, vrij en veilig voelen. Ik zag voor me hoe we iedereen welkom heten. Iedereen die behoefte heeft aan rust. Aan nu even niet. Aan aarden. Aan gronden. Aan gewoon even zijn.
Langzaam maar zeker krijgt het hier vorm. En een identiteit. Anara’Lun.
Zeg het maar eens in gedachten. Een beetje zangerig. Zacht. Liefdevol.
Het betekent zoveel als “de adem die tot rust komt”.
Op ons land maken we vier ruimtes, waarbij je ruimtes tussen aanhalingstekens moet zien. Het kan ook buiten zijn. Als het eerste de tuintempel. Praktisch gezien de buitenkeuken en buitenleefplek. Groot genoeg voor groepen. Voor Anara’Lun is het adem in. Bedenken. Energie opdoen. Overleggen. Een start maken.
De adem vasthouden. Dit gaat over emotioneel processen. We zien dit voor ons in onze woonkamers. Gesprekken aan de e-Lybra. Misschien zelfs hypnotherapie of sjamanistische sessies. Gesprekken over wat raakt.
Dan adem uit. Vrijlaten. Ruimte geven. Dat kan hier heerlijk buiten. Misschien bouwen we nog een mooie tipi.
En als laatste de adem stilhouden. Het einde. Contemplatie. Integratie. Herinneren. De kelder van het buurhuisje is prachtig daarvoor. Een serene ruimte – als het af is – bijna helemaal wit, een rond dak. Er is al een klein erkertje voor een beeldje. Ik zie een schrijftafel. En heerlijke koelte op een hete zomerdag om terug te trekken voor meditatie. Of siësta.
Anara’Lun.
De plek om te ademen.
De plek om te herinneren.
De plek om tot rust te komen.
De plek om te zijn wie je werkelijk bent.






