We werden ervoor gewaarschuwd. De bureaucreatie is hier enorm. Alles moet door een commissie of een toezichthouder of een burgemeester. Er zijn landelijke regels, provincieregels en dorpsregels. We waren benieuwd.
Vorige keer schreef ik al dat we contact zochten met de burgemeester van ons dorpje. Onze hulp Viki maakte voor ons een afspraak. We vroegen ons af of we officeel moesten komen. Netjes gekleed, of maakte dat niet uit? We zaten er tussenin. Nette kleding, zonder overdreven te zijn.
We mochten wachten in de wachtkamer van de dokter die één dag per week naar het dorp komt. Daar was het koel. De burgemeester liet op zich wachten. Ruim een half uur na de afgesproken tijd kwam er hotsebots een Pick-up het terrein oprijden, een grote kar vol watermeloenen met zich meeslepend. Die werden eerst in veiligheid gebracht in de dorpsgarage (een schuur met een roldeur).
Een uiterst drukke, doch vriendelijke man, in korte broek en stevige schoenen, schudde ons met het zweet op zijn voorhoofd de hand. Een warm welkom door de burgemeester. We begrepen dat hij in Spanje had gewoond en gewerkt had als vertaler voor Chinezen die die kant op wilden verhuizen. Naast het Hongaars sprak hij dus wel Spaans en Chinees, maar zijn Engels liet te wensen over. Gelukkig was Viki mee voor de vertalingen naar het Hongaars voor hem en Engels voor ons.
Enthousiast vertelde hij over zijn dorp en zijn wens om het dorpje naar een iets hoger plan te tillen. Er blijken veel arme mensen te wonen. Die meloenen die hij in volle vaart binnenbracht, had hij gekregen van een boer uit de omgeving. Bedoeld om uit te delen in het dorp. Het is mooi om te zien hoeveel hart hij heeft voor zijn clubje mensen en hoe hij het goede wil doen. We voelen ons in ieder geval heel erg welkom. We stelden veel vragen. Hoe komen we aan een brievenbus en hout? Hij zal de telefoonnummers doorgeven van de postbode en de houtleverancier van het dorp. Mogen we bouwen op ons landje? Daarvoor moeten we naar een dorp verderop, zij regelen de infrastructuur en wat er wel en niet gebouwd zou mogen worden.
De volgende dag bij het boodschappen doen bij de Lidl wordt er heftig naar ons getoeterd en gezwaaid, de burgemeester en zijn vrouw racen vrolijk voorbij. We worden herkend. Dat is trouwens niet zo moeilijk hier, die rode brandweer auto met dat Nederlandse nummerbord valt nogal op. Het lijkt mee te vallen met de bureaucratie. Degene die ons zou kunnen helpen over het al dan niet bouwen was even niet beschikbaar in verband met een begrafenis. Even geduld dus.

De burgemeester had ons uitgenodigd voor de plechtigheid op 20 augustus, de nationale feestdag van Hongarije. Tegen half 10 kwamen we aan bij het buurthuis. Buiten onder de bomen stonden een paar volwassenen te praten, er stonden twintig stoeltjes klaar in de zon. De burgemeester, keurig in zwarte broek en wit overhemd met stropdas, heette ons welkom. We kregen een flesje water. Om precies half tien was het zover. Wij gingen zitten op de stoeltjes. De rest bleef in de schaduw onder de bomen staan.
De vertaalapp van Martin gaf een liederlijke tekst weer. De burgemeester is blij met zijn dorp en dat we als Hongaren de vrijheid kunnen vieren. Ook Sint Elisabeth werd genoemd en geëerd, als belangrijke persoon voor het dorp dat vertaald West-Sint-Elisabeth heet. De kinderen lazen gedichten voor. Met elkaar gingen we staan voor het Hongaarse volkslied. Klinkt trouwens heel wat mooier dan het Nederlandse gedrocht. De burgemeester sneed het brood en deelde dat met de mensen. Een lieve en mooie poging om de community bij elkaar te brengen. We voelden alletwee ontroering, door de eenvoud van de ceremonie en de liefde die hij duidelijk voelt voor zijn dorp en zijn mensen. Om 10 uur brandde de zon al behoorlijk en was de ceremonie voorbij.

Intussen op ons landje genieten we ieder moment. Met volle maan legden we onze mesa’s open in het maanlicht. De stenen die we tijdens onze sjamanistische reizen en lessen hebben verzameld worden zo weer opgeladen. Buiten spelen, zoals ik het noem. Hier zie je op de achtergrond de tuinkabouter die we een paar jaar geleden van onze Vlaamse lachcollega en vriend kregen. Hij houdt de wacht.
We klussen (vooral Martin) en we plukten onze eerste oogst perziken. Met behulp van ChatGPT maakte ik daar jam en chutney van. Nu nog ontdekken wat ik met chutney kan. Het klinkt leuk.


Officiële papieren
We willen graag een bankrekening. Maar om die te kunnen openen moeten we een lacímkártya hebben. Een adreskaart. En voor beiden moeten we een verblijfsvergunning hebben. Van Viki kregen we een (was)lijst met gegevens die we moesten verzamelen. Zo togen we gisterochtend om kwart voor 7 naar de OIF in Pécs, een kantoor voor aliens. Dat zijn wij. Om kwart over 7 stonden we voor de poort te wachten. We hadden gehoord dat het slim was om vroeg te zijn. De bewaker kwam uit de voordeur lopen. Even roken. Toen weer terug. Precies om half 8 deed hij de poort open. Geen reactie op ons vrolijke “Jó napod!” Bloedserieus.
Slim als we waren hadden we van alles al kopieën gemaakt. Daar waren ze blij mee. Maar, het bleek dat we niet konden registeren op naam van ons landje, ook al hadden we de aankoopgegevens. Het ding moet een straatnaam hebben, en dat heeft het niet. De vriendelijke mevrouw op dat kantoor liet op haar computer zien dat de computer weigert verder te gaan als er geen adres genoemd wordt. Kennelijk wordt “geen straat” niet geaccepteerd. We konden ook inschrijven op het adres waar we huren, ware het niet dat alleen mijn naam vermeld stond op het huurcontract en Martin niet. We konden weer gaan.
Onze topper Viki regelde twee dingen. Ten eerste dat Martin ook genoemd wordt in het huurcontract met een addendum. We kregen van onze huurbaas een handgeschreven briefje mee met zijn gegevens en de notitie dat ook hij hier verblijft. Ten tweede dat we een gesprek hadden met de man van dorpje 2. Hij zou niet alleen gaan over wat we al dan niet mogen bouwen, maar ook over de straatnaam.
We hadden enorme zin in koffie, maar dat moest even wachten. We konden op de terugweg direct terecht bij de bouwafdeling van de gemeentes. Doen dus. Ook deze meneer bleek enorm behulpzaam te zijn. Zocht in zijn computer en in de papieren. De weg waaraan ons landje ligt blijkt inderdaad geen officiële naam te hebben. In de volksmond heet het Szölöhegy (wijnberg), er staat zelfs een bordje. Maar dat is niet genoeg. Wat nu?
Straatnaam
Er wordt een straatnaam aangevraagd. Dit kan een paar weken duren, maar dan hebben we straks voor altijd een straatnaam en kunnen we ook officiëel registeren op ons eigen adres. O ja, en bouwen. Van hout en op palen, geen probleem. Zorg dat iets eventueel weer gemakkelijk te verwijderen is. Als het op beton is en van steen, dan moet het tegenwoordig via een architect. Die moet kijken of het constructietechnisch goed bedacht is en weet wat wel en niet mag en moet. We hebben inmiddels al meer mensen horen zeggen dat ze wel een architect kennen. Dat komt vast goed.
Vandaag gingen we terug naar het kantoor in Pécs. In een zijstraat van de hoofdstraat zit de hoofdingang van de alien office. Dezelfde bewaker kwam op ons aflopen (vandaag een half uurtje later dan gisteren). Een flits van herkenning in zijn blik, maar verder uiterst serieus en bekwaam opende hij het hek. We mochten dit keer aanschuiven aan een loket bij een vriendelijke meneer. Vriendelijk, maar ook zo serieus. Gelukkig had hij gisteren al iets van ons gesprek meegekregen, dat maakte dit gesprek gemakkelijker.
Het handgeschreven briefje, met de tekst dat Martin ook in het huurhuis woont, werd goedgekeurd. Het leverde uiteindelijk een stapel van 10 documenten per persoon op voor onze inschrijving. Ieder document werd een aantal keren herlezen, gecontroleerd en goedgekeurd. Met stempels, handtekeningen en nummers. Ingevoerd in de computer. Gele strepen getrokken met een markeerstift. Even dachten we dat hij smetvrees had, zo was hij met zijn vingers aan het wapperen. Nog immer uiterst serieus. Maar het bleek dat hun printer teveel inkt afgaf en bladen zwart aan het vegen was. Zolang papierwerk nog echt papierwerk is, is dat niet handig.
Onze regisztrációs Igazolás
Uiteindelijk vertrok hij met onze twee stapels papier geheimzinnig door een deur opzij van de rij balies. “I am going to have it approved, but it should be ok. Just wait.” Gelukkig zijn wij hier relaxter dan ooit en hebben we geen haast. We waren wel benieuwd wat er zou gaan gebeuren. Ik had wat visioenen van de films van Men In Black vanwege de alien office. Een paar minuten later kwam hij terug. Hij keek ons even aan, en met een glimlach op zijn gezicht stak hij steels twee duimen omhoog. Wij gaven een duim terug en keken elkaar in verwondering aan. Hij lachte!
De stapels papieren bleven daar. Wij kregen een keurig geprint en geseald registratiekaartje mee. Het lijkt een goede ruil te zijn, maar dat moet nog blijken.
De koffie is verdiend. We blijven genieten.

PS Ik typte per ongeluk de Hongaarse bureaucreatie. Maar het is hier eigenlijk wel een creatie. De dingen worden geregeld, bedacht en gemaakt waar je bij staat.






